Interview: Suzanne Grotenhuis

Mogen stilstaan bij wat je voelt
In een wervelende solo loopt theatermaker Suzanne Grotenhuis verloren op het drukste theaterfestival ter wereld. Je voelt: er is iets aan de hand. Maar wat? Tussen drukte en chaos gaat ze op zoek naar verbinding. Holy Shit is een pleidooi voor meer ruimte om stil te staan bij de dingen. In haar boek Waar zijn de wolken bouwt Suzanne Grotenhuis verder op het thema.
Je personage heeft tijd nodig om iets te verwerken, maar die tijd is er niet. Het leven raast maar door, alsof je elk moment uit de bocht kunt vliegen.
Voortdurend denkt die iemand: “Als ik gewoon even mezelf kan fixen, dan komt het wel weer goed.” Maar uiteindelijk moet je wel stilstaan, om te beseffen dat er ruimte moet zijn om dingen een plaats te geven.
Holy Shit gaat over rauwe verwerking of verlies. Over vallen en opstaan, steeds weer. Dat klinkt heel zwaar, maar eigenlijk is het een verhaal met veel humor. Dankzij die lichtheid vind ik de juiste balans om het ook over zwaarte te hebben. De scherpe rand van het verlies schemert altijd door.
Soms zijn dingen gewoon ingewikkeld of rommelig, en krijg je ze niet zomaar opgelost met een gesprek met een psycholoog of een massage bij een therapeut. Die zorg kost ook veel geld; het is een geprivilegieerde industrie. Is dat wat we nodig hebben, of is het gewoon een businessmodel? Ik ben absoluut niet tegen zorg, maar in Holy Shit vraag ik me af of we niet wat meer voor elkaar moeten zorgen, ons wat meer met elkaar verbinden.
Dat komt ook aan bod in mijn boek Waar zijn de wolken, waar ik het ‘een pleidooi voor minder zelfzorg’ noem. In zekere zin is het boek een echo van de solo. Maar waar die solo vooral gaat over de weg naar het besef van wat je nodig hebt, heb ik het in mijn boek over een eenzame tocht, over ontmoetingen met mensen en wat die met je doen.
Heel veel mensen kunnen zich een burn-out niet veroorloven, stel je vast.
Ik kan wel voorstellingen maken over hoe ik denk dat we rouw kunnen verwerken, of bijvoorbeeld zoiets als moederschapsverlof. Maar ik besef heel goed dat heel wat andere moeders die ik elke dag aan de schoolpoort zie, dubbele jobs moeten doen om rond te komen. Zij kunnen überhaupt niet nadenken over wat ze zelf eigenlijk willen.
Het klinkt hard, maar ik ben er echt achtergekomen dat een burn-out iets geprivilegieerds is. Je moet er een vaste job voor hebben, gezonde kinderen en een huis dat overeind staat.
Ik ben erg dankbaar dat ik een vorm heb gevonden waarmee ik de dingen kan plaatsen. Een verhaal maken van iets, betekent vaak ook letterlijk dat je het verwerkt. Ik deel het met anderen, waardoor ik me er niet langer alleen mee voel. Maar ik kan de wereld niet trager doen draaien, en dus zal ik toch elke keer weer mee moeten in die maalstroom… en af en toe uitvallen. Met de kanttekening dat ik het supergoed heb, omdat ik af en toe ademruimte kan nemen.
Waar zijn de wolken neemt ons mee naar de eerste maanden na de geboorte van je zoon. Je schreef het boek op je smartphone. Nu staat op de shortlist voor de Bronzen Uil. Proficiat!
Ja, het is een wonder. Ik had nooit gedacht dat het zoveel weerklank zou krijgen. Ik schreef het tussendoor, met een slaaptekort en twee jonge kinderen om me heen. Wat ik nog het mooiste vind: ik denk dat het aanslaat omdat het zo’n herkenbaar en universeel verhaal is.
Het boek doorprikt het idee van de roze wolk. Ik ben natuurlijk niet de eerste en enige die dat doet, er worden ook veel zelfhulpboeken geschreven over het thema. Maar ik denk het bij sommige mensen op het juiste moment kwam. In mijn boek - en ook in mijn voorstelling Holy Shit - kun je meegaan in iemands verhaal, en dat werkt. Ik krijg vaak bedankjes van mensen die zich herkennen in de eenzaamheid in het boek en zich met terugwerkende kracht gehoord voelen.
Je schrijft theaterteksten, en nu ook een boek. Zijn dat twee uitingen van hetzelfde?
Ja, absoluut. De setting is anders, maar het thema is hetzelfde. Tussen de drukte en de chaos zoek ik naar verbinding. Mogen stilstaan bij wat je voelt: daar gaat het verhaal over. Ik put veel uit wat ik, of andere mensen meemaken. Het zijn zeker niet alleen mijn eigen verhalen. En ik verdraai ze: het blijft wel echt fictie. In het boek durf ik wel een rustiger tempo te nemen, terwijl ik in het theater wat meer spanning, snelheid en verrassing opzoek.
Niet verder vertellen, hoor, maar blijkbaar kan een theatertekst perfect uitgegeven worden als een roman - er zit zelfs een stukje tekst uit Holy Shit in. Net als in mijn solovoorstellingen vertel ik mijn verhaal rechtstreeks aan de lezer. Weet je wat grappig is? Mensen zeggen me soms: “jouw boek zou echt werken als een voorstelling”. Maar dat doe ik dus de hele tijd. Het zou cool zijn als ze ook naar mijn monoloog komen. Die heeft dezelfde stijl, humor en thema’s.
Hoe voelt het om helemaal alleen voor het publiek te staan?
In een solo kan ik doen wat ik wil. Ik kan de kleinste dingen vertellen, die dan in de hoofden van al die mensen zichtbaar worden en echt bestaan. Het voelt als een hyperfocus; het maakt niet uit of ik voor twintig mensen speel, of vijfhonderd. Sta je met een groep op het podium, dan gaat het veel meer over de dynamiek tussen die mensen en de gebeurtenissen op de scène.
Ik geniet van het opbouwen van een grap, die je voelt opborrelen in je buik tot herkenning en een gevoel van ontlading volgen. Precies om die reden houd ik zo van de voorstellingen van Wim Helsen en Johan Petit. Ze doen me lachen om een situatie, om er dan, klak, door geraakt te worden.
Ik speel Holy Shit al een hele tijd, maar - en dat is het wonderlijke aan theater -, het maakt niet uit. Elke keer is nieuw. Vergelijk het met tennissen, waarbij je honderdduizend keer je opslag oefent. Saai wordt het nooit. Het is eerder zo dat het stuk zodanig in je systeem zit, dat je er mee gaat variëren. Hoe beter je het beheerst, hoe vrijer het voelt.
Tekst: Lien Vanreusel
De Nwe Tijd / Suzanne Grotenhuis
Holy Shit
donderdag 24 april 2025 - 20.15 uur